Taalonderwijs
Vanaf groep 4 wordt de methode “Taal in beeld” gebruikt, waarin de volgende onderdelen aan bod komen:
• schrijven
• spreken/luisteren
• taalbeschouwing
• woordenschatontwikkeling.
Schrijven
Bij het taaldomein schrijven, bekwamen de leerlingen zich in vaardigheden die ze nodig hebben voor, tijdens en na het schrijven.
Spreken/luisteren
Hierbij leren de leerlingen een groot aantal vaardigheden die ze nodig hebben om effectief te spreken, te luisteren en een gesprek te voeren.
Taalbeschouwing
Het onderdeel taalbeschouwing bestaat uit de onderdelen woordbouw, zinsbouw en taalgebruik.
Woordenschatontwikkeling
Hierbij leren de leerlingen de vaardigheden om de betekenis van woorden te achterhalen en beter te onthouden.
Taal in beeld is opgebouwd uit acht blokken van vier weken. Na blok 4 en 8 is er een breekweek. De breekweken worden gebruikt als uitloopweken of als weken om op een andere manier met taal bezig te zijn. De eerste drie weken van ieder blok bestaan uit de basislessen. Aan het begin van de vierde week is er een toetstaak. Hiermee gaan we na of de leerlingen de doelen van het blok hebben bereikt. Is dit niet het geval, dan krijgen ze in de vierde week herhalingstaken aangeboden. De andere leerlingen gaan in deze week aan de slag met plustaken.
Ieder blok heeft een eigen thema. De verschillende blokken bevatten voor alle jaargroepen op hetzelfde moment dezelfde thema’s. De volgende onderwerpen komen aan bod: omgeving, natuur, reizen, gevoel, verhalen, samenleven, cultuur en andere tijden.
Voor meer informatie: www.taalinbeeld.nl
Spelling
De doelstelling van het spellingsonderwijs is, dat leerlingen in staat zijn spelling als functionele taalactiviteit te hanteren en schriftelijke uitingen zonder fouten kunnen spellen.
Als leerlingen minder over de spelling van woorden na hoeven te denken, kunnen zij meer tijd en aandacht besteden aan de inhoud en formulering van teksten. Een goede spelling geeft zelfvertrouwen, wat nodig is om je schriftelijk uit te drukken.
Op onze school werken wij vanaf groep 4 met de methode ”Spelling in beeld”, welke naadloos aansluit bij de “Veilig leren lezen” methode uit groep 3.
Met Spelling in beeld kan zowel zelfstandig als begeleid gewerkt worden wat de methode zeer geschikt maakt voor zowel de snelle als de langzame leerling en combinatiegroepen.
Om tot de juiste spellingsstrategie te komen gebruiken we:
1. de klankstrategie. Je schrijft een woord zoals je het uitspreekt, bv. bloemperk
2. de regelstrategie. Je hanteert een regel, bijvoorbeeld: hoor je /aa/oo/ of /uu/ aan het eind van een
klankgroep, dan schrijf je a,o of u (ra men)
3. de weetstrategie. Je leert de woorden van buiten. Bijvoorbeeld: de lange ij en korte ei. Het ei, het ijs
4. de werkwoordspelling. Vanaf groep 6 leren de kinderen de juiste spelling van de werkwoorden
5. de opzoekstrategie. Hoe en waar kun je het woord opzoeken. Het dient als hulp.
Iedere les heeft een vaste opbouw wat de leerling houvast geeft.
Na zes basislessen volgt er een controledictee. Hiermee wordt nagegaan of de leerlingen de doelen, die zij de afgelopen zes lessen geleerd hebben, ook beheersen. Als dat niet het geval is, worden er herhalingstaken aangeboden.
Kinderen, die de doelen wel beheersen, gaan aan de slag met verrijkingswerk.
Een compleet leerstofoverzicht vindt u op de website: www.spellinginbeeld.nl
