Verkeersonderwijs
Basisschoolleerlingen doen op verschillende manieren ervaring op als verkeersdeelnemer: ze zijn voetganger en fietser, en passagier op de bromfiets, in de auto of in het openbaar vervoer.
Bovendien gebruiken ze de openbare weg als speelruimte.
De verschillen in ervaring zijn overigens groot, omdat kleuters op een andere manier met verkeer in aanraking komen dan de oudste basisschoolleerlingen.
Onze basisschool maakt gebruik van de methode Klaar over!
In de verschillende jaargroepen wordt er gebruik gemaakt van een werkboek dat bestaat uit 17 lessen. Elke les wordt afgesloten met begrippen en regels die de leerlingen moeten onthouden. Jaarlijks worden er drie toetsen afgenomen.
Bij de samenstelling van deze methode is rekening gehouden met de leef- en ervaringswereld van de leerlingen.
In de methode komen o.a. de volgende onderwerpen aan de orde:
Veiligheid in de woonomgeving, veilig spelen en veilig naar school gaan.
Het voetpad en de stoep
De veilige schoolweg en het oversteken
Oriλntatie in de ruimte
Het meerijden en het openbaar vervoer
Afslaan (naar links en rechts)
Borden, regels en tekens die gelden voor voetgangers en fietsers.
Verkeersexamen
Jaarlijks wordt er in de groepen 7 meegedaan aan het schriftelijk Verkeersexamen van Veilig Verkeer Nederland. Ook leggen de kinderen een praktisch verkeersexamen af
Bij het behalen van deze examens krijgen de leerlingen een diploma.
