Leesonderwijs op De Winde

 

Het is pas zinvol om een kind te leren lezen, als het weet waar boeken, kranten en briefjes voor dienen. Kinderen moeten weten, dat die ‘gekke tekentjes’ symbool
staan voor een woord, een naam, een verhaal.
In een gezin waar veel wordt (voor) gelezen, waar boeken en kranten voor handen
zijn, zal een kind eerder interesse tonen voor het lezen. Kinderen willen de
volwassenen graag nadoen.
Sommige kinderen leren het lezen spelenderwijs. De meeste kinderen hebben echter
leesonderwijs nodig.

 

Er zijn verschillende leesvormen. In volgorde van aanbod zijn dat

1. Het voorbereidend lezen
2. Het aanvankelijk lezen
3. Het voortgezet technisch lezen
4. Het voordrachtslezen
5. Het begrijpend- en studerend lezen

 

1. Het voorbereidend lezen (kleutergroepen)


- De kleutergroepen doen heel veel activiteiten, die erop gericht zijn om ‘straks’ te
leren lezen.
De kinderen werken met materialen waarbij ze heel goed moeten kijken. (om later bijvoorbeeld het onderscheid tussen een k en een h te kunnen maken). Denk hierbij aan puzzels, memory e.d.
- In de kring doet de juf allerlei activiteiten die met klanken te maken hebben.
Er wordt gerijmd: oor- boor.
Er wordt gehakt en geplakt: Kinderen, pak je j-a-s.
Er worden woorden gezocht met de m.
- De kinderen leren begrippen als voorste, middelste, laatste.
- Kinderen maken letterwerkjes. Hierbij gaat het niet om het schrijven
maar om het herkennen van letters en woorden. De kinderen werken met
letterstempels en letterlego.

 

2. Het aanvankelijk lezen


    In groep drie gaan de kinderen met de methode Veilig leren lezen aan de slag.
    Al na de eerste twee woordjes:ik en maan, leren ze door te hakken en te plakken,
    dat je met deze letters ook aan, naam, in, kin  kunt lezen.

De methode houdt rekening met drie verschillende niveaus:
- De kinderen die al kunnen lezen.
- De kinderen die de nieuwe woorden en letters vlot oppikken.
- De kinderen die (veel) extra begeleiding nodig hebben.


Hier vindt u meer informatie over de diverse instructieniveaus van het
aanvankelijk lezen.


Voor alle kinderen is er specifiek oefenmateriaal.

Omdat Veilig leren lezen niet alleen een lees-, maar ook een taalmethode is,
zijn er ook activiteiten die door alle kinderen gedaan worden. Er wordt naar een verhaal geluisterd. De woordenschat van de kinderen wordt uitgebreid. De kinderen vertellen over eigen ervaringen etc.

Hoewel ons alfabet 26 tekens kent, moeten de kinderen veel meer klanken/tekens
leren. Denk maar eens aan het woord Merwede. De e klinkt hier drie keer anders.

Wij leren de kinderen dan ook:
Lange klanken aa-ee-oo-uu.
Korte klanken a-o-i-o-u
Tweetekenklanken ie-oe-ui-eu-ei-ij-ou-au
De medeklinker
Klankgroepen aai-ooi-oei-uw-eeuw-ieuw

Hoewel de kinderen nog heel veel bezig zijn met het verklanken van de letters
     (je hoort ze lezen), wordt er vanaf het begin van het jaar ook aandacht besteed
     aan het begrijpen van wat het kind leest.
     De kinderen wordt ook geleerd om naar zichzelf te luisteren als ze een zin lezen.
     Soms wordt het een ‘onzin’ (als je een fout maakt). Horen de kinderen dit en
     verbeteren ze zichzelf of lezen ze gewoon door, nadat ze hebben gelezen:
     ‘Ik eet een plak haas’.

     Ineens lezen de kinderen alles wat los en vast zit. In de auto herkennen ze
     plaatsnamen op de borden. Aan de ontbijttafel lezen ze opschriften van potten
     jam en pakken hagelslag.

 Door regelmatig te toetsen houdt de leerkracht de vorderingen van elk kind goed
     in de gaten. Ze weet welk kind extra hulp nodig heeft op school. Soms zullen
     ouders worden gevraagd om ook thuis met hun kind te oefenen. Een enkele keer
     is het nodig om te onderzoeken waardoor een kind zo moeilijk tot lezen komt.
     Is de intelligentie niet toereikend, zijn er specifieke leesproblemen (dyslexie
     of heeft het kind een aandachtsstoornis? Hiervoor wordt de intern begeleider
     of een orthopedagoog van Onderwijs Advies ingeschakeld. Dit gebeurt altijd pas
     nadat hierover met ouders is overlegd.


3. Het voortgezet technisch lezen


    Als alle klanken/klankgroepen zijn behandeld, wordt er verder geoefend met
    steeds moeilijker woorden en langere zinnen. De meeste kinderen hoeven
    hiervoor alleen maar ‘leeskilometers’ te maken: lekker veel lezen.
    In de groepen vier tot en met zes gebeurt dit tijdens het:
Niveaulezen (kinderen met hetzelfde leesniveau lezen met elkaar)
Het stillezen: lezen in een zelf gekozen boek

Kinderen die onder het te verwachte niveau lezen, krijgen twee keer per week leesles met de methode Estafette. Dit gebeurt in de klas, aan de instructietafel, door de eigen leerkracht.


4. Het voordrachtslezen


    Zodra de kinderen het technisch lezen onder de knie hebben, moeten ze ook
    goed voor kunnen lezen (voor kunnen dragen). Hoe gebruik je je stem?
    Gaat je stem naar beneden aan het eind van een zin? Gaat je stem omhoog als
    het een vraagzin is? Als er staat: “Kom hier”’ gilde Joep, verhef je je stem dan?

    Aan de intonatie is vaak goed te horen of een kind de tekst ook echt begrijpt.


5. Begrijpend-  en studerend lezen


    In de groepen 4 t/m 8 is de methode ‘Tekstverwerken’ in gebruik.
    De kinderen leren verschillende soorten teksten te onderscheiden en deze
    teksten te doorgronden. Hiertoe krijgen ze verschillende opdrachten:


Er wordt gevraagd naar de letterlijke betekenis van woorden/zinnen.
Er wordt gevraagd naar informatie, waarbij de kinderen ‘tussen de regels door’ moeten lezen. Ze moeten dan dus zelf gaan redeneren, verbanden leggen.
Hoofd- en bijzaken moeten onderscheiden worden.
Samenvattingen moeten gemaakt worden.


Meningen moeten gegeven worden.

Naast deze leesvormen wordt er aandacht besteed aan de leesmotivatie.
Het team van De Winde vindt het belangrijk, dat de kinderen het lezen leuk (blijven)
vinden. Door te lezen kan je reizen over de hele wereld, reizen door de tijd,
genieten van de heerlijkste recepten, kritisch met het nieuws omgaan etc.


Vanaf groep 1 wordt er door de leerkrachten voorgelezen. Zodra de kinderen zelf
kunnen lezen, mogen ze ‘reclame’ maken voor een boek. Ze mogen dus vertellen,
waarom dit ene boek zo de moeite waard is. Vanaf groep 7 houden de kinderen
boekbesprekingen. Hierbij wordt ook iets over de schrijver verteld.


Na acht jaar leesonderwijs op de Winde hopen wij alle kinderen een goede
leesattitude te hebben bijgebracht Hiermee kunnen ze verder naar een vorm van
voortgezet onderwijs, die bij hen past. Daarnaast hopen we dat ze genieten van
boeken, kritisch lezen als dat nodig is en later hun kinderen prachtig kunnen voorlezen. De volgende generatie kinderen zal dan ook zelf het lezen weer soepel oppakken.

 

HOOFDGEBOUW: De Poort 6 • 2631 PT • Nootdorp • T (015) 310 5 310 • DEPENDANCE: Sytwinde 115 • 2631 GS • Nootdorp • T (015) 310 20 00 • E info@obsdewinde.nl
THIS IS A WEB4LIFE