Schrijfonderwijs
Vanaf het moment dat de kleuters als vierjarige op school komen, wordt met behulp van verschillende methodes en hulpmiddelen stap voor stap gewerkt aan de basis van een goed handschrift.
Groepen 1 en 2
In de groepen 1 en 2 wordt de fijne handmotoriek van de kleuters spelenderwijs ontwikkeld met behulp van: verven/vingerverf, knippen/prikken, tekenen/kleuren, kleien, bewegen, hand- en vingerspelletjes en schrijfmethodes. De schrijfmethodes, die worden gebruikt zijn:
- Schrijven zonder pen - incidenteel
- Schrijfdans - vanaf januari, wekelijks
- Schrijftaal kleuterschrift - vanaf januari, incidenteel
- Beginnende geletterdheid - oefenboek bij voldoende interesse en motorische vaardigheid.
De kleuters maken gebruik van de schrijf-stempeltafel en railletters ter bevordering van de lettermotoriek. Zij leren, naar een voorbeeld, de eigen naam - in de juiste schrijfrichting - op te schrijven. En ze leren aan de hand van voorbeeldkaarten, die worden nagebouwd, diepte te zien (driedimensionaal). Schrijfletters worden toegepast in de letterkrant aan de muur en op naamkaartjes bij onder meer speelhoeken, het raam of de kast.
Met behulp van een driekantige viltstift wordt een correcte pengreep aangeleerd.
Verder is er ontwikkelingsmateriaal gericht op het schrijven beschikbaar, zoals Figura.
De meeste kinderen gebruiken hun rechterhand als voorkeurshand. Dit wordt door de leerkrachten gestimuleerd. Mocht een kind een voorkeur voor links ontwikkelen, dan wordt er gekeken of het kind verder ook uitgesproken links is. Trapt het ook een bal weg met de linkervoet, kijkt het met het linkeroog door een koker etc. Uiteraard leert een uitgesproken ‘links’ kind met de linkerhand tekenen, knippen en schrijven.
Groep 3
In groep 3 leren de kinderen meteen letters schrijven in schrijfletters, die later met elkaar verbonden kunnen worden tot hele woorden. Dit zijn dus geen drukletters. Gewerkt wordt met de methode 'Schrijftaal'.
De kinderen leren schrijven met een driekantig potlood. Het ‘gewone’ potlood is te dun. De drie kanten ‘dwingen’ de kinderen om het potlood op de juiste wijze vast te houden (tussen duim, wijs- en middelvinger).
Schrijfhouding en pengreep krijgen veel aandacht. De kinderen zitten op een vuistafstand van hun tafel en de afstand tussen schrift en tafel bedraagt ongeveer 30 cm.
In het schrijfschrift worden de letters en woorden geoefend, die aangeleerd zijn bij de taal-leesmethode. Ook worden regelmatig schrijfpatronen geoefend. De leerkracht doet (bijna) alle schrijfoefeningen eerst voor op het bord. Daarna trekken de kinderen de letter over in hun schrift om die vervolgens eigenhandig te schrijven.
In groep 3 wordt er in een viertal schrijfschriften geschreven. De eerste twee zijn wat grotere schriften met brede lijnen. Het laatste schrift is duidelijk kleiner en er wordt nu een begin gemaakt met het aan elkaar schrijven. Tenslotte is er een 'cijfer schrijfschrift', waarin het schrijven van cijfers in hokjes wordt aangeleerd.
Omdat het schrijven van letters tussen de regels een enorme motorische vaardigheid vereist, schrijven de kinderen het hele jaar met potlood.
De motoriek moet degelijk zijn ontwikkeld om tot een goed handschrift te komen. Als de fijne motoriek nog problemen geeft, kan fysiotherapie uitkomst bieden.
Groep 4
In groep 4 wordt verder gewerkt met dezelfde lijnenafstand in het schrijfschrift. In het eerste halfjaar leren de kinderen de hoofdletters. In de tweede helft van het schooljaar, als de ze alle hoofdletters beheersen, moeten de kinderen de regels voor het schrijven van hoofdletters toepassen. Daarbij werken de kinderen in een schrijfschrift, waarin de lijnenafstand is verkleind.
Iedere schrijfles wordt begonnen - op een speelse manier - met het losmaken van de hand, pols en arm. Dan wordt de oefening voorgedaan op het bord. Vervolgens doen de kinderen de opdracht in de lucht mee, trekken het bijbehorende voorbeeld over in hun schrift en schrijven daarna de hoofdletter zelfstandig op. Hierbij wordt gelet op de ligging van het schrift. Dit ligt schuin, omdat er rechtshellend wordt geschreven. De niet schrijvende hand houdt het papier vast. De onderarm van de schrijvende arm ligt op de tafel.
De kinderen leren nu ook gedrukte teksten in schrijfletters na te schrijven.
Na het aanleren van de hoofdletters, beginnen de kinderen met een vulpen te schrijven. De school adviseert de ouders een Lamy of Stabilo-pen voor hun kind te kopen.Uiteraard kunnen de kinderen ook een schoolvulpen krijgen. Er wordt niet met balpen geschreven. Deze is meestal te dun en er is te weinig weerstand, de punt schiet te makkelijk weg op het papier.
Groep 5
In groep 5 schrijven de kinderen op andere lijnen dan in de voorgaande groepen. Zij leren dat de lusletters niet meer helemaal tot aan de bovenste lijn mogen komen en niet door elkaar heen geschreven behoren te worden. We gebruiken nu schaduwlijnen, die niet meer zo scherp zijn, zodat de kinderen straks zover zijn dat ze kunnen schrijven op alleen maar de onderlijn. De schrijfhouding, pengreep en ligging van het schrift krijgen ook volop de aandacht.
Groep 6
De methode 'Schrijftaal' in groep 6 bestaat uit: methodisch-, tempo-, blok- en creatief schrijven.
Leerlingen beginnen in deze groep een eigen handschrift te ontwikkelen. Het methodisch schrijven is de basis voor een persoonlijk handschrift. Ook buiten de schrijflessen wordt het methodisch handschrift zoveel mogelijk toegepast. Wanneer een kind vloeiend en op methodische wijze kan schrijven, ondervindt het hiervan in het verdere onderwijs veel profijt.
Nu wordt geen gebruik meer gemaakt van hulplijnen. Het methodisch schrijven is vooral gericht op verdere automatisering van de letters, verbindingen, hoofdletters en cijfers.
Het schrijven van blokletters wordt apart aangeleerd, waarbij formulieren moeten kunnen worden ingevuld.
Het doel van het creatief schrijven is de inhoud/boodschap duidelijker, met extra attentiewaarde, te laten overkomen.
Groep 7 en 8
De bouwstenen zijn nu aangereikt voor een persoonlijk handschrift, dat verder wordt gevormd.
